Pinus Halepensis
€ 49,00
Pinus oftewel de den, is divers. De geslachtsnaam Pinus verwijst naar het Latijnse woord 'pinus', wat den betekent. De verspreiding van de dennensoorten (geslacht Pinus) is geografisch breed, van het westelijk Middellandse Zeegebied tot Noord-Amerika, Europa en Azië.
Standplaats
- Volle zon: Alle dennen soorten gedijen het beste in volle zon. Dit bevordert compacte naaldgroei en verkleint de naalden.
Watergift
- Voorkom permanent natte grond. Goede drainage is cruciaal.
- Groeiseizoen: Controleer in het groeiseizoen (lente tot herfst) de vochtigheid: water minimaal één keer per dag of naar behoefte.
- Winter: Minder frequent controleren: soms volstaat eenmaal per 3–5 dagen afhankelijk van klimaat.
Substraat
Goed waterdoorlatend – bijvoorbeeld een mix van akadama, lava/pumice (1:1:1). Laat zo mogelijk een kern van oude grond om de gezondheid van de boom te bewaren.
Bemesting
- Japanse zwarte/rode den:
- Bemest in vroege lente met organische korrels.
- Rond juni “decandelen”, daarna stoppen met bemesten tot tweede flush is verhard. Daarna weer bemesten tot de herfst.
- Grove den, Oostenrijkse, Mugo:
- Bij jonge bomen: bemesten van vroege lente tot late herfst.
- Bij oudere, verfijnde bomen: wachten tot nieuwe groei verhardt (meestal midden tot laat zomer) voordat je herstart met bemesten.
Snoei & Candeling
- Japanse zwarte/rode den:
- Laat eerste naalgroei toe, decandel (verwijder alle sterke en middelsterke kaarsen tot de vorige naalden) tijdens juni–juli om tweede flush met kortere naalden en meer vertakking te stimuleren.
- Grove den, Oostenrijkse, Mugo:
- Laat nieuwe kaarsen groeien in lente–begin zomer.
- Wanneer de witte schutlaag (sheath) loslaat (meestal begin/middag juni), snoei elke kaars tot gelijke lengte, maar laat wat nieuwe naalden zitten om afsterven te voorkomen.
- Zware snoei tussen eind augustus en oktober om back-budding te stimuleren.
Draad & Styling
- Beste perioden: Eind zomer tot herfst is ideaal om te draden en vormen aan te brengen. In lente/zomer is de nieuwe groei kwetsbaar.
- Japanse witte den:
- Draad van vroeg in de herfst tot vroeg voorjaar of direct na kaars snoei.
Verpotten
- Wanneer: In de lente, net nadat de knoppen beginnen te zwellen – doorgaans maart in het noordelijk halfrond.
Ziekten & Plagen
- Veelvoorkomende plagen: bladluizen, spintmijten, schildluizen, rupsen. Geef bij overbewatering ook aandacht aan wortelrot en schimmels.
- Voor de witte den: Woolly adelgid kan een probleem zijn; gebruik gespecialiseerde behandelingen of natuurlijke vijanden.