Cotoneaster bonsai
Uitverkocht
€ 35,00
Cotoneaster
De oorsprong van een Cotoneaster bonsai ligt in het Palearctische gebied (Azië, Europa, Noord-Afrika), met een concentratie van soorten in de bergen van Zuidwest-China en de Himalaya.
- Standplaats
- Cotoneasters behoren tot de “buiten Bonsai”. Ze gedijen niet goed binnen vanwege te weinig licht en luchtvochtigheid.
- Zonlicht: Full sun in het groeiseizoen is ideaal, maar in hete zomermaanden is halfschaduw (ochtendzon, middag- en avondschaduw) aan te raden.
- Winterbescherming: Hoewel winterhard, wel op een beschutte plek.
- Water geven
- Zomer: Regelmatig water geven. De grond mag nooit volledig uitdrogen; grond uitdrogen tot net vochtig is ideaal.
- Winter: Enkel licht vochtig houden. Overbewatering leidt tot wortelrot.
- Bemesting
- Groeiseizoen: Wekelijkse voeding met vloeibare mest of organische korrels om de 4 weken. Gebruik een uitgebalanceerde mest met voldoende fosfor, kalium en micronutriënten.
- Alternatief advies: Organische vaste mest of langwerkende pellets elke 1–2 maanden
- Snoeien & bedraden (pruning & wiring)
- Snoeien: Cotoneasters verdragen regelmatig snoeien goed: jonge scheuten doorlopend inkorten tijdens groeiseizoen; oudere takken vroeg in het voorjaar.
- Bedraden: Bedraden is mogelijk het hele jaar door bij jonge takken. Oude takken zijn stijf en breken gemakkelijk; gebruik dan ‘guy wires’ en wees voorzichtig.
- Verpotten
- Frequentie: Jonge bomen jaarlijks in voorjaar, oudere elke 2–3.
- Werkwijze: Snoei wortels flink, hergebruik of vernieuw pot met goed gedraineerd substraat.
- Grondmengsel
- Gebruik goed drainerende bonsaigrond. Bijvoorbeeld Akadama + Kiryu, of een mix van turf, pumice, bladcompost en Kiryu.
- Cotoneasters groeien van nature op arme, steenachtige bodem – zware potgrond vermijden.