Ficus Retusa P15

€ 19,50

Ficus Retusa

Bekend als de Chinese rubberplant of Bonsai ficus, komt oorspronkelijk uit de tropische gebieden van Zuidoost-Azië. 

  1. Standplaats
  • Ficus retusa is tropisch van oorsprong: hij gedijt bij constante temperaturen boven ca. 15 °C, en mag ’s zomers gerust buiten staan mits vorstvrij.
  • Binnen groeit hij het best bij veel, liefst direct zonlicht. In extreme hitte kun je tijdelijk schaduw (30-50 %) gebruiken om bladverbranding te voorkomen.
  • Bij lage lichtomstandigheden is groeilamp nuttig. Als alternatief helpt een vochtbak met grind om de luchtvochtigheid te verhogen.
  1. Water geven & Luchtvochtigheid
  • Geef royaal water zodra de bovenste laag van de bodem licht droog aanvoelt—niet laten uitdrogen, maar voorkom te drassig bodemvocht.
  • Gebruik bij voorkeur zacht (bijvoorbeeld regen) water—te hard of kalkrijk water kan vlekken op het blad veroorzaken.
  1. Bemesting
  • In het groeiseizoen (lente, zomer, herfst): om de 2 weken. In de winter: maandelijks—of afhankelijk van groeiactiviteit.
  • Vloeibaar of organische meststoffen zijn prima. In Italië wordt soms aanbevolen om vloeibare mest om de 10–15 dagen te geven, of langwerkende staafjes elke 40–50 dagen.
  1. Snoeien & Vormgeven
  • Regelmatig snoeien is belangrijk om de bonsai-structuur te behouden. Knip nieuwe scheuten terug tot circa 2 bladeren wanneer je 6–8 bladeren hebt zien groeien.
  • Ontbladeren (defoliëren) stimuleert meer vertakking en kleinere bladeren. Doe dit bij gezonde bomen, bij voorkeur begin van de zomer.
  • Bomen zijn flexibel en goed buigbaar: draad je vorm erin, maar verwijder draden op tijd zodat ze niet insnijden.
  1. Verpotten & Grond
  • Verpot in het voorjaar, elke 2 jaar bij jongere bomen en 3–5 jaar bij oudere bomen, met goed-drainerende bonsai-grondmix.
  • Een voorbeeldmix: 50 % akadama, 25 % pumice, 25 % compost; onderlaag met grind of lava voor goede drainage.
  1. Plagen & Gezondheid
  • Hoewel Ficus vrij resistent is, kunnen ze last krijgen van spintmite, schildluizen, zeepokken of trips—controleer regelmatig en behandel met bijvoorbeeld pyrethrines, miticide of neemolie
  • Slechte licht- en vochtomstandigheden (droge lucht, te donker) verzwakken de plant en maken hem vatbaarder voor plagen.